De Da Vinci Code: Fictie vermomd als feit
door Russell Grigg in Creation 28(3).
vertaling Josine, Werkgroep In Genesis
’s Werelds best verkochte boek van de afgelopen drie jaar is de Da Vinci Code
van auteur Dan Brown (ongeveer 40 miljoen boeken verkocht in 44 talen en nu ook
uitgebracht als speelfilm). [1]
Voor de doorsnee lezer is het verhaal een leuk ‘wie-deed-het’ boek,
waarin de vermoorde curator van het Louvre in Parijs een stel cryptische sleutels
achterlaat van de werken van Leonardo da Vinci, inclusief de ‘Mona Lisa’.
Deze sleutels leiden niet tot de identiteit van de moordenaar, maar naar de locatie
van de Heilige Graal.
In dit verhaal is de Heilige Graal niet de kom is die Jezus gebruikte bij het Laatste
Avondmaal, maar een vrouw - Maria Magdalena - die, zoals Brown beweert, getrouwd
was met Jezus. Ze zou hem een dochter hebben geschonken in Frankrijk, waarheen ze
gevlucht zou zijn na Jezus’ kruisiging (Het was dus zij die de bloedlijn van
Jezus zou voortzetten). Het bewijsmateriaal hiervoor zo wordt gezegd zou ‘tienduizenden
bladzijden informatie… in vier enorme koffers’ omvatten. (blz. 343. Brown
zegt: ‘De zoektocht naar de Heilige Graal is letterlijk de opdracht te knielen
voor de beenderen van Maria Magdalena. Een zoektocht die eindigt bij het bidden
aan de voeten van de verworpene, de verloren heilige vrouwe’ (blz. 344).
Totale fictie
Het laatste avondmaal
De titel van Brown’s roman verwijst naar een schilderij gemaakt door Leonardo
in 1495-97, Het Laatste Avondmaal. Het toont Jezus en zijn twaalf discipelen op
het moment dat Christus aankondigt: ‘Een van jullie zal mij verraden’
(Matteus
26:21).
Kunsthistorici zeggen dat de figuur aan Jezus’ rechterhand de jeugdige baardloze
apostel Johannes is, zoals hij gewoonlijk afgebeeld wordt in kunst uit deze periode.
Brown’s bizarre interpretatie is dat het Maria Magdalena is. Waarom? Omdat
in het schilderij deze figuur en die van Jezus de letter V vormen, wat volgens hem
een oud symbool was voor het vrouwelijke geslacht; en de figuren van Petrus en Judas
(aan Johannes’ rechterhand) vormen samen de letter M van Maria. Daarnaast
heeft de figuur iets wat een boezem suggereert volgens Brown (blz. 327-330).
Het antwoord op deze drogreden is drieledig:
- Zelfs als Brown gelijk zou hebben in deze bewering, dan zou het alleen maar op rekening
komen van Leonardo’s kunstopvatting en niet een historisch feit zijn.
- Historicus Dr. Ronald Huggins schrijft: “Zelfs als een uiterst overvloedige verbeelding
dat zogenaamde glimpje zou kunnen vinden in de plooien van Johannes’ mantel,
dan staat daar tegenover, dat daar waar de bedekking van de mantel ontbreekt we
toch een duidelijk bewijs zouden moeten vinden van een boezem. In plaats daarvan
zien we dat de borst van Johannes verdacht plat is. Moeten we soms aannemen, dat
Maria maar één borst had?’’1
- Als deze figuur Maria Magdalena is, waar is Johannes dan? Hij was er beslist bij
aanwezig (zie
Matt. 26:20;
Marcus 14:17,20;
Lucas 22:8 – nergens wordt Maria vermeld.) en er zitten maar twaalf
discipelen aan tafel.
Referenties
- Higgins, R., ‘Cracks in the Da Vinci Code’, <www.irr.org/da-vinci-code.html>,
23 December 2004
|
Brown zegt op bladzijde 8: ‘In dit fantasieverhaal zijn karakters, plaatsen
en gebeurtenissen; of het product van de verbeelding van de auteur of gefingeerd’.
Hij gebruikt daarna echter wel deze roman om de goddelijkheid van Christus aan te
vallen, de autoriteit van de bijbel te ondermijnen en het christendom te herinterpreteren.
Bijvoorbeeld dat het Jezus' bedoeling was dat Maria Magdalena na zijn dood de leidster
van de kerk zou zijn.
Brown probeert op een slinkse wijze deze claims geloofwaardig te maken door ze te
laten uitspreken door twee ‘geleerden’ namelijk ‘Professor in
de Symbologie’ Robert Langdon en de ‘voormalig Britse Koninklijke Historicus’
Sir Leigh Teabing. Deze zogenaamde geleerden zijn echter volledig fantasie. Brown
vermeldt ook nadrukkelijk op bladzijde 15: ‘Alle beschrijvingen van kunstwerken,
architectuur, documenten en geheime rituelen in deze roman zijn accuraat’,
maar ook deze verklaring is een onderdeel van de fictie!
‘Pseudo-historische nonsens’ [2]
Professor Michael Wilkins [3] zegt,
dat het boek van Brown historisch en bijbels gezien verbijsterend inaccuraat is.
[4] Bijvoorbeeld:
- Ten onrechte stelt Brown, dat de oude Olympische spelen gehouden werden ‘als
eerbetoon aan de magie van Venus’ (blz. 61) Feitelijk is het echter zo dat
ze werden gehouden om Zeus te eren. De ‘koning’ van de Griekse goden
en bovendien was Venus een Romeinse godin en niet een Griekse.
- De Dode Zeerollen, die in 1947 zijn gevonden (niet ‘de 1950’s, blz.
317) bevatten geen van de ‘evangeliën’ (blz. 331), aangezien ze dateren
van voor de Nieuwtestamentische tijd.
- De Priorij van Sion (Brown’s vermeende beschermer van het ‘geheim’
over Jezus) werd niet in 1099 in Jeruzalem gesticht door Koning Godfried van Bouillon
(blz. 217). Het werd ‘uitgevonden’ en geregistreerd (overeenkomstig
de Franse wet) op 7 mei 1956 door twee Franse, veroordeelde oplichters Pièrre Plantard
en André Bonhomme.[5] Dus het merendeel
van het plot van Brown betreffende Leonardo is gebaseerd op aantoonbare fraude en
bedrog.
- Brown beschrijft het Heilige der Heiligen als een ondergronds gewelf onder de tempel
van Salomo in Jeruzalem. (blz. 566) Dit is onjuist. Het was een kleine ruimte binnen
in de tempel, waar de Hogepriester offers bracht (1
Koningen 7:50).
- Brown zegt, dat de Shekina een vrouwelijke goddelijkheid was, gelijk aan
Jehova, en dat zij woonde in de tempel. (blz. 411, 584) Dat is onjuist. Shekina
is een Hebreeuws woord, dat verwijst naar de zichtbare manifestatie van Gods heerlijkheid.
- Brown stelt dat het woord Jehova een combinatie is van het mannelijke Jah met de
vrouwelijke pre-Hebreeuwse naam voor Eva, Hava, wat op zijn beurt weer het
Joodse JHWH (blz. 411) geeft. Dat is onjuist. Jehova is de Engelse vorm van het
Hebreeuwse JHWH, Gods persoonlijke naam waarmee Hij zich aan Mozes openbaarde. (Exodus
3:14-15[6] )
De overdosis aan misvattingen en onwaarheden gaat onverminderd door, maar bovenstaande
voorbeelden illustreren het punt dat we wilden maken.[7]
De leiding van de Westminster Abbey weigerde terecht om toestemming te geven voor
filmopnames op locatie, wegens ‘de tegendraadse religieuze en historische
suggesties’ en ‘feitelijke fouten’ in het boek. Triest genoeg
hebben de beheerders van de Lincoln Kathedraal in ruil voor een aanzienlijk donatie
van £100,000 wel toegestaan dat de scènes daar werden gefilmd. [8]
Browns aanval op het christendom
Op blz. 312-315 laat Brown Teabing het volgende zeggen: ‘De Bijbel is het
product van mensen… Niet van God… en het is geleidelijk ontstaan uit talloze
vertalingen, toevoegingen en herzieningen… Meer dan tachtig evangeliën werden
overwogen voor het Nieuwe Testament… De Bijbel, zoals wij die vandaag de dag kennen
werd samengesteld door de heidense Romeinse keizer Constantijn de Grote… Door Jezus
officieel tot Zoon van God te verklaren, verhief Constantijn Jezus tot Godheid…
wiens macht onbetwistbaar is. ‘
De canon van het Nieuwe Testament
De N.T. canon is de lijst boeken die de kerk erkent als geïnspireerd woord van God.
Om geaccepteerd te worden moest een boek:
- Geschreven zijn door een apostel of iemand die nauw daarmee verbonden was, bijv.
Marcus en Lucas.
- De waarheid vertellen over God.
- Uit de inhoud moet blijken dat het was geïnspireerd door God.
- Geaccepteerd zijn door het volk van God.
De vaststelling van NT documenten begon al binnen de eerste eeuw. Paulus (1
Tim.5:18) citeert
Lucas 10:7 als ‘de Schrift’. Petrus refereerde aan wat Paulus
had opgeschreven als de ‘De Schriften’ (2 Petr. 3:15-17) De vier bijbelse
evangeliën ‘waren aan het eind van de tweede eeuw, wellicht zelfs eerder,
stevig bevestigd als de definitieve teksten van de christelijke kerk’. De
eerste kerkvergaderingen, die werden gehouden om formeel de canonieke boeken vast
te stellen, vonden plaats in Hippo in 393 en in Carthago in 397, ver na de dood
van Constantijn (zie boven) in 337.
Het is belangrijk om hierbij aan te tekenen dat de canon werd vastgesteld door God
en daarna pas als zodanig door mensen. De Nieuw Testamenticus F.F. Bruce zegt: ‘De
boeken van het Nieuwe Testament werden voor de kerk niet gebiedend omdat ze op een
canonieke lijst kwamen te staan, integendeel de kerk heeft ze opgenomen in de lijst
omdat zij die reeds beschouwde als goddelijk geïnspireerd…’ 2
Omdat ze niet voldeden aan deze fundamentele criteria zijn de apocriefe evangeliën
van Maria, Petrus en Filip3, waar Brown aan refereert niet door de kerk
geaccepteerd. Dat wil zeggen ze diskwalificeerden zichzelf. 4,5 Daarom
was er ook geen reden ze te kopiëren. Brown’s ideeën zijn niet nieuw. Ze circuleren
al jaren in occulte en New Age kringen en ze stoelen op het oude erfgoed van de
gnostiek.6
Referenties en aantekeningen
- Bock, D.L., Breaking the Da Vinci Code, Nelson Books, Tennessee, p. 153,
2004.
- Bruce, F.F., The New Testament Documents: Are they reliable? Inter-Varsity
Press, Leister, England, p. 27, 1960.
- ‘Geleerden dateren het evangelie van Filippus in de derde eeuw, ongeveer 200
jaar nadat Jezus leefde. Daarom kan het niet het product zijn van de discipel Filippus
in Handelingen, tenzij hij meer dan 310 jaar werd! Een begrijpelijke kritiek met
links naar andere kritieken wordt gegeven door Holding, J., Not InDavincible: A
review and critique of The DaVinci Code, at <www.tektonics.org/davincicrude.htm>,
3 October 2005.
- Voorbeeld: ‘Er groeien twee bomen in het paradijs. De ene draagt dieren, de
andere mensen. Adam at van de boom die dieren draagt. Hij werd een dier en hij bracht
dieren voort. Hierom aanbaden de kinderen van Adam dieren.’ The Nag Hammadi
Library. The Gospel of Philip. Translated by Wesley W. Isenberg. <www.gnosis.org/naghamm/gop.html>,
23 August 2005.
- ’Het opvallendste thema dat alle 52 teksten die bij Nag Hammadi zijn opgegraven,
met elkaar gemeen hebben is de verwerping van de Schepping zoals vermeld in Genesis.’
Garlow, J.L. and Jones, P., Cracking Da Vinci’s Code, Cook Communications
Ministries, Colorado, p. 166, 2004.
- Gnostiek (van het Griekse gnosis=kennis) leerde dat ze geheime occulte kennis hadden,
bijvoorbeeld vlees en materie waren slecht en dus kon Jezus nooit God geweest zijn.
Het voornaamste geestelijke probleem is onwetendheid, niet zonde, dus redding komt
door voortschrijdende kennis, niet vergeving uit genade door geloof. Deze opvatting
bloeide op in de 2e eeuw n.Chr. De gestructureerde ontwikkeling van de christelijke
doctrine (bijv. de Geloofsbelijdenissen) was grotendeels een reactie op de gnostiek.
|
Gerenommeerde bijbelgeleerden en historici zijn het hier niet mee eens. En wel hierom:
- De Bijbel is niet geëvolueerd. Moderne Engelse versies zijn gebaseerd op nauwkeurige
vertalingen vanuit de oude Hebreeuwse en Griekse manuscripten.
- Het verhaal van tachtig andere evangeliën is uit de duim gezogen.
- Keizer Constantijn (AD 274-337) koos niet de evangeliën van Matteus, Marcus, Lucas
en Johannes. Ook stelt hij niet de canon van de Bijbelboeken vast in 325. In de
tweede eeuw bevestigde Irenaeus (ca. 130-202 n.Chr.) een discipel van Polycarpus,
die op zijn beurt een discipel was van Johannes, dat deze vier evangeliën de vier
pilaren zijn, die ‘in hun geheel het hart van het getuigenis vormen over Jezus
Christus’.
- Constantijn veranderde Jezus niet in een goddelijkheid door hem in 325 officieel
te bestempelen als de Zoon van God. Reeds in de eerste en tweede eeuw werden in
Rome christenen verbrand of voor de leeuwen gegooid omdat ze weigerden hun geloof
in de goddelijkheid van Christus, welke door de Bijbel was bevestigd af te zweren.
Was Jezus getrouwd?
Er is geen spoor van historisch bewijs dat Jezus getrouwd was met Maria Magdalena.
Geen enkele bijbeltekst noemt het. Toen Paulus het recht claimde om een vrouw te
hebben (1
Kor. 9:5) zei hij dat de andere apostelen, de broers van Jezus en Kefas
(Petrus) vrouwen hadden, maar hij noemde Jezus er niet bij.
Op het kruis zei Jezus tegen Johannes om voor zijn moeder te zorgen (Joh.19:25),
maar hij schonk geen speciale aandacht aan de vermeende bijna weduwe Maria Magdalena.
De ‘evangeliën’ van Filippus en Maria, waar Brown zich op beroept vermelden
niet dat Maria Jezus’ vrouw was. Het belangrijkste argument van Brown
is een citaat uit het evangelie van Filippus: ‘En de metgezellin van de Redder
is Maria Magdalena.’ Hierover schrijft Brown: ‘Zoals elke wetenschapper
Aramese taal je zou vertellen, betekende het woord metgezellin in die dagen letterlijk
echtgenote.’ (blz. 331) Fout! Het evangelie van Filippus werd niet geschreven
in het Aramees, maar in het Grieks, met een vertaling naar het Koptisch (wat Egyptisch
is en niet Aramees). Het Griekse woord in kwestie is κοινωνός
(koinōnos), wat betekent ‘zij die samen ergens
aan deelneemt’; het werd niet gebruikt voor echtgenote in het Nieuwe Testament.
In feite is de kerk de bruid van Christus.
Fouten — Nou en?
Er zijn wel meer pulpfictie boeken geweest die grote historische blunders maakten,
dus waarom maken we ons druk over Brown’s belachelijke karikaturen? Daar zijn
diverse redenen voor:
- De Da Vinci Code is niet zo maar fictie. Het is een neo-heidense herschrijving
van de geschiedenis. Onder de dekmantel van een roman, valt Brown openlijk de goddelijkheid
van Christus aan. Sommige goedgelovige lezers hebben de perversie van Brown als
zoete koek geslikt en het wereldbeeld van zijn twee gefingeerde karakters geadopteerd
als de hunne. Ze plaatsen serieus vraagtekens bij datgene wat ze tot nu toe over
Jezus hebben beleden. [16]
- ‘Zijn werkelijke doel is … het geloof te ondergraven dat de originele boodschap
van het evangelie, zoals verwoord in de Bijbel, het unieke geïnspireerde Woord van
God zelf is, zonder welke we verloren zijn.’
[17]
- Brown verheerlijkt de ‘godin’ (d.w.z. seksuele liederlijkheid) zoals
bij voorbeeld te zien is bij Isis, de Egyptische godin van vruchtbaarheid (blz.
167-168). Brown noemt zijn Priorij van Sion (wiens veronderstelde missie het bewaren
van de‘waarheid’ van het christendom is) de heidense cultus ter
aanbidding van de godin’ (blz. 158). Zijn boek fungeert als propagandastuk
voor de promotie van seksuele promiscuïteit, dat wil zeggen ‘seks was de handeling
waardoor mannen en vrouwen God ervoeren’ (blz. 410).
- Stel je voor dat er een roman zou verschijnen die de holocaust als mythe afschildert
of dat Martin Luther King jr. blanke meisjes verkrachtte en dat deze claims dan
werden gelegd in de mond van een zeer geleerde professor of een historicus van naam.
Zo’n boek zou direct veroordeeld worden vanwege antisemitisme of racisme,
men zou beslist niet toestaan dat zoiets vrij te koop was omdat het maar fictie
was. Toch vraagt de seculaire media christenen wel deze tolerantie te hebben ten
opzichte van Brown’s fobieën over Christus.
Hoe kunnen we weten wat waar is en wat niet?
Antwoord: Jezus noemt de Heilige Geest de Geest der waarheid (Joh.
14:17; 15:26).
Hij stelt de gelovigen in staat om te onderscheiden wat waar is en wat niet waar
is. (Joh.
16:13). Hij doet dit voor ons door het Woord van God, de Bijbel, waarvan
Hij de goddelijke auteur is (2
Petr. 1:21,
Hebr. 3:7,
10:15;
2 Tim. 3:16) en die ook ‘De waarheid’ wordt genoemd.
Daarom geldt voor christenen die in de Bijbel geloven dat indien een uitspraak over
het christendom, zonde, moraal, de evangeliën, de goddelijkheid en persoon van Jezus
Christus, de opstanding, de schepping, de zondvloed, het toekomstige oordeel, of
wat dan ook, overeenstemt met God Woord, het waar is. Als die uitspraak niet overeenstemt
met Gods Woord, is hij vals.
|
Een artikel in de New York Times vermeldt: ‘Veel van de ten tonele
gedragen samenzweringen in de Da Vinci Code, zijn reeds opgezet in een eerdere
bestseller, Holy Blood, Holy Grail, gepubliceerd in 1980. Het stoelt op een
stapel documenten die gevonden zijn in de Bibliothèque Nationale de France, die
sindsdien al zijn weerlegd als bedrog’.
[18], [19]
Aan het eind van zijn roman heeft Brown een geweldige gelegenheid om zijn bewijsmateriaal
op tafel te leggen als Langdon knielt om de botten van Maria Magdalena te aanbidden
(blz. 592-593): de zogenaamde tienduizenden bladzijden informatie in vier enorme
koffers. Feitelijk komt Brown met geen enkele bladzijde. De zogenaamde ‘tombe’
blijft ongeopend. Het bewijsmateriaal om zelfs maar één van Brown's vele ketterijen
te onderbouwen bestaat niet.
Het lijkt er op dat de mens elke hoeveelheid historische nonsens gelooft, als hij
daardoor kan onsnappen aan de gevolgen van het geloven in de waarheid over Jezus
Christus. De Da Vinci Code lijkt daarin erg op de evolutie ‘van microbe
tot mens’. Als een van beide waar zou zijn, dan zou de Bijbel onwaar zijn
en zou de mens geen redder nodig hebben voor de zonde en het concept van toekomstig
oordeel zou geen poot hebben om op te staan.
|
Referenties en aantekeningen
[1] Oorspronkelijk gepubliceerd door Doubleday,
New York, 2003. De bladzijde nummering is gebaseerd op de uitgave Corgi Books paperback,
Transworld Publischers London 2004 en kan dus verschillen van andere uitgaves.
[2] Citaat van historicus Dr Ronald Higgins
(letterlijk: ‘Pseudo-historisch geleuter in het kwadraat’) in zijn ‘Cracks
in the Da Vinci Code’, < www.irr.org/da-vinci-code.html>,
23 December 2004.
[3] Professor Nieuw Testament en hoofd van
de faculteit van het Biola’s Seminary, Talbot School of Theology.
[5] Bock, D.L, Breaking the Da Vinci Code,
Nelson Books, Tennessee, pp. 185–186, 2004.
[6] YHWH is verwant aan het Hebreeuwse hayah,
het werkwoord zijn, vergelijk “Ik ben die Ik ben” (Exodus 3:14). En Havah
(of Chavah) is niet pre-Hebreeuws maar de Hebreeuwse naam die vertaald is
tot Eva en die komt van het woordje chay, het Hebreeuwse woord voor leven
( Genesis
3:20).
[7] Een uitgebreide kritiek met links naar
andere kritieken is geschreven door Holding, J., Not InDavincible: A review
and critique of The Da Vinci Code, at < www.tektonics.org/davincicrude.htm>,
3 October 2005.
[9] J.P. Holding zegt, ‘Ofschoon er wellicht
ongeveer 50 pseudo-epigrafische evangeliën geweest zouden zijn, zijn de meeste slechts
bekend van naam, door een paar geïsoleerde uitspraken door vroege kerkschrijvers.’
‘Zie ref. 7.
[12] Grigg, R., Who really is the God of
Genesis? Creation 27(3):37–39, 2005.
[16] Bijvoorbeeld: een jongeman schreef ons:
‘Ik heb sindsdien (na het lezen van het boek van Brown) mijn geloof in Christus
afgezworen en ik ben momenteel atheïst.’ Zie een gedetailleerd antwoord daarop
< creation.com/vinci>,
9 November 2005.
[17] Garlow, J.L. and Jones, P., Cracking
Da Vinci’s Code, Cook Communications Ministries, Colorado, p. 151,
2004.
[19] Een van de auteurs van Holy Blood, Holy
Grail, gevraagd tijdens een TV programma wat voor bewijs hij had dat Jezus
en Maria een kind ter wereld brachten, antwoordde, ‘Absoluut geen enkel bewijs.’
Zie < priory-of-sion.com/posd/baigent.html>,
31 October 2005.
| “One little bit doesn’t make a difference.” It’s a good job CMI didn’t think like that. We had to start somewhere producing information, one word and one article at a time. Similarly, please don’t think your small donation doesn’t help. They can add together to bring a shower of blessings.  | | |
|