Zoute zeeën: aanwijzingen voor een jonge aarde!
by Jonathan Sarfati
vertaling Harrie Tjoelker, Mediagroep In Genesis
Onze planeet, de aarde, is de enige planeet in het universum waarvan bekend is dat
er vloeibaar water is.[1] Het is
zelfs zo, dat astronauten die vanuit de ruimte naar de aarde kijken voornamelijk
water zien. De oceanen beslaan meer dan 71% van het totale aardoppervlak en ze bevatten
genoeg water om de gehele aarde te bedekken met een laag water van 2,7 kilometer
als het aardoppervlak geheel geëffend zou zijn.
Zoutgehalte
De oceaan is essentieel voor het leven op aarde en zorgt tevens voor een redelijk
gematigd klimaat. Hoewel de oceanen 1370 Exaliter water bevat (dat is 1.370.000.000.000.000.000.000
liters), kunnen mensen niet overleven door dit water te drinken. Het is te zout.
Chemisch gezien is zout een verbinding tussen een metaal en een niet-metaal (er
zijn veel verschillende zouten) . Gewoon keukenzout (Natriumchloride) is een verbinding
die wordt gevormd als het metaal Natrium (Na) reageert met Chloor (Cl). Een zout
bevat elektrisch geladen atomen, de zogenaamde ionen, die elkaar aantrekken. Hierdoor
ontstaat er een redelijk hard kristal. Als een zout oplost [2], vallen de ionen uiteen. In zeewater komen veel
zouten voor in opgeloste vorm. Natrium en chloride ionen zijn de meest voorkomende
in zeewater, maar niet de enige. Zeewater bevat veel opgeloste zouten. De mens heeft
profijt van deze zoute zeeën, omdat het veel nuttige mineralen voor de industrie
levert.
Hoe oud is de zee?
Er zijn veel processen die zorgen dat zout in de zee terechtkomt. Het zout verlaat
de zee echter niet zo gemakkelijk. Het gevolg is dat het zoutgehalte gestaag toeneemt.
We zijn in staat om het volgende vast te stellen:
- de hoeveelheid zout in de zee
- het tempo waarmee zout wordt toegevoegd
- het tempo waarmee zout wordt afgevoerd
Dit zou het mogelijk moeten maken om de maximale leeftijd van de zeeën vast te stellen.
Feitelijk werd deze methode voor het eerst voorgesteld door Isaac Newton zijn collega,
Edmond Halley (1656-1742), naar wie een komeet is vernoemd. [3] Later schatte de geoloog, natuurkundige en pionier
van de röntgen behandeling, John Joly (1857-1933), dat de oceanen maximaal 80-90
miljoen jaar oud waren.[4] Maar
dit is veel te jong voor evolutionisten, die geloven dat het leven miljarden jaren
geleden in de oceanen is ontstaan.
Recentelijk hebben de geoloog Dr. Steve Austin en natuurkundige Dr. Russel Humphreys
de data geanalyseerd van seculiere aardwetenschappelijke bronnen aangaande de hoeveelheid
natriumionen (Na+) in de oceanen en haar aanvoer en afvoer tempo. [5] Hoe langzamer de aanvoer en hoe sneller
de afvoer des te ouder zouden de oceanen kunnen zijn.
Elke kilogram zeewater bevat ongeveer 10.8 gram opgelost Na+ (ongeveer
1% in gewicht). Dit betekent dat de oceanen in totaal 1.47 x 1016 ton
(dat is 14.700.000.000.000.000.000 kg) Na+ bevat.
Natrium aanvoer
Het water op het land kan zout oplossen uit blootliggende zoutlagen en het kan veel
mineralen verweren, in het bijzonder veldspaat en klei. Hierbij wordt het natrium
uitgewassen (het wordt meegevoerd of opgelost in het water). Dit natrium kan dan
via rivieren zijn weg vinden naar de oceanen. Er wordt ook zout direct aangevoerd
naar de zee via grondwater. Dit noemt men ook wel kwel of Onderzeese Grondwater
Afvoer (OGA). Dit water heeft meestal een hoge concentratie mineralen. Er komt ook
veel natrium vrij uit het sediment op de bodem van de oceaan en uit heet water bronnen
op de bodem van de oceaan. Vulkanisch stof draagt ook nog wat natrium bij.
Austin en Humphreys hebben uitgerekend dat er op dit moment ongeveer 457 miljoen
ton natrium per jaar de zeeën in stroomt. Zelfs als we de voor evolutionisten meest
gunstigste aannames doen, is het laagst mogelijk aanvoer tempo in het verleden 356
miljoen ton per jaar.
Eigenlijk is het zo, dat een nog recentere studie aantoont dat natrium de oceanen
nog sneller binnenstroomt dan Austin en Humphreys hebben aangenomen. [6] Voorheen heeft men altijd gedacht dat de hoeveelheid
OGA maar een klein deel (0.01 – 10 %) uitmaakte van het naar zee stromende oppervlaktewater
(voornamelijk rivieren). Deze nieuwe studie, waarbij de radioactiviteit van Radium
in kustwater is gemeten, toont aan dat de hoeveelheid OGA zelfs 40% kan zijn van
de hoeveelheid rivierwater. [7]
Dit betekent dat de maximaal mogelijke leeftijd van de oceaan nog lager is.
Natrium afvoer
Mensen die dicht bij de zee wonen hebben vaak veel last van roestvorming in hun
auto. Dit komt door het zout wat uit de zee komt. Kleine druppels zeewater ontsnappen
uit de oceaan. Dit water verdampt, en er blijven kleine zoutkristallen achter op
de auto (of waar de waterdruppels zijn neergeslagen). Dit proces is een van de belangrijkste
processen welke natrium afvoeren uit de zee.
Een ander belangrijk proces is ionenwisseling. Klei kan natrium ionen absorberen
en omwisselen voor calcium ionen, die dan in de oceaan terechtkomen. Er gaat ook
wat natrium verloren als er water opgesloten raakt in de poriën van het sediment
op de oceaanbodem. Bepaalde mineralen met grote ruimten in hun kristalstructuur,
zeolieten genoemd, kunnen natrium uit de oceaan absorberen.
Echter het tempo waarmee al deze afvoer van natrium plaatsvindt is veel lager dan
die van de aanvoer. Austin en Humphreys hebben uitgerekend dat er ongeveer 122 miljoen
ton natrium per jaar de oceaan weer verlaat. Zelfs als we de voor evolutionisten
de meest gunstigste aannames toestaan, is de maximale hoeveelheid afgevoerd natrium
206 miljoen ton per jaar.
De leeftijd van de oceanen schatten
Zelfs als Austin en Humphreys evolutionisten de meest onwaarschijnlijke aannames
toestaan komen zij tot een ouderdom van de oceanen van minder dan 62 miljoen jaar.
Het is belangrijk te benadrukken dat dit niet de werkelijke ouderdom is, maar een
maximaal mogelijke ouderdom . Dit betekent dat het bewijsmateriaal in overeenstemming
is met elke leeftijd tot 62 miljoen jaar. Dus ook een bijbelse leeftijd van 6000
jaar.
In hun berekeningen hebben Austin en Humphreys het laagst mogelijke aanvoer, - en
het hoogst mogelijke afvoer-tempo aangenomen. Ook hebben ze een startsituatie aangenomen
waarbij er nog geen opgelost zout in de oceanen aanwezig was. Als we met meer realistische
aannames zouden beginnen, komt de berekening tot een veel lagere ouderdom.
Bijvoorbeeld, God schiep de oceanen waarschijnlijk met een bepaald zoutgehalte opdat
zoutwatervissen daar op een comfortabele manier in konden leven. De zondvloed (in
de tijd van Noach) zal grote hoeveelheden natrium hebben opgelost uit gesteentes
op het land. Dit zal uiteindelijk in de oceanen terecht zijn gekomen toen het water
van het land wegvloeide. De grotere OGA dan tot nu aangenomen, zou de maximale leeftijd
verder reduceren.
Conclusie
Het zoutgehalte van de oceanen toont op krachtige wijze aan, dat de oceanen en de
aarde zelf, veel jonger zijn dan de miljarden jaren die nodig zou zijn volgens de
evolutietheorie. Het bewijsmateriaal is consistent met een bijbelse ouderdom van
de aarde van 6000 jaar. De berekende ouderdom is ook veel jonger dan de evolutionistische
dateringen van veel zeeschepselen.
Het komt er op neer dat de zee niet zout genoeg is naar de smaak van evolutionisten!
Natuurlijk is het zo dat dergelijke berekeningen afhankelijk zijn van de aannames
over het verleden, zoals de begincondities en het constante tempo van bepaalde processen.
Ze kunnen nooit de ouderdom van iets bewijzen. Daarvoor hebben we een ooggetuige
nodig (Job 38:4).
Het doel van dit soort berekeningen is om zelfs wanneer we gebruik maken van de evolutionistische
aannames over het verleden, te laten zien dat de aarde veel jonger is dan
vaak beweerd wordt, en niet in tegenspraak is (of zijn) met de Bijbel.
Referenties en aantekeningen
[1] Van Europa, één van Jupiters’ manen,
wordt vermoed dat er vloeibaar water is onder een ijzige korst. Maar dit is niet
zeker.
[2] Niet alle zouten zijn oplosbaar.
[3] E. Halley, ‘A short account of the
cause of the saltness [ sic] of the ocean, and of the several lakes that emit
no rivers; with a proposal, by help thereof, to discover the age of the world’,
Philosophical Transactions of the Royal Society of London 29:296–300,
1715; cited in Ref. 4.
[4] J. Joly, ‘An estimate of the geological
age of the earth’, Scientific Transactions of the Royal Dublin Society,
New Series 7(3), 1899; reprinted in Annual Report of the Smithsonian Institution,
June 30, 1899, pp. 247–288; cited in Ref. 4.
[5] S.A. Austin and D.R. Humphreys,
The sea’s missing salt: a dilemma for evolutionists, Proceedings of the
Second International Conference on Creationism, Vol. II, pp. 17–33,
1990. Het is aan te bevelen dit artikel ook te lezen. Het bevat veel meer details
dan wat mogelijk is in dit artikel.
[6] W.S. Moore, ‘Large groundwater inputs
to coastal waters revealed by 226Ra enrichments’, Nature
380(6575):612–614, 18 April 1996; perspective by T.M. Church, ‘An underground
route for the water cycle’, same issue, pp. 579–580.
[7] M.T. Church, Ref. 5, p. 580, zegt: ‘De
conclusie dat grote hoeveelheden OGA de kustwatering instromen, heeft het potentieel
om het begrip over de chemische massabalans van de oceanen op hun kop te zetten.’
|