Also Available in:

Veel voorkomende fouten gemaakt door mensen die een jonge aarde verwerpen

Auteur: Andrew Kulikovsky
Vertaler: Tim Brys

Springende man ©iStockPhoto.com/eliandric Desert ©iStockPhoto.com/Mlenny 10395common-errors

Sinds de opkomst van uniformitaire geologie rond 1800, hebben velen in de Kerk gecapituleerd voor deze nieuwe ‘wetenschap’. Op deze manier hebben ze de traditionele, eenvoudige, historisch-grammaticale interpretatie van de scheppings- en zondvloedverhalen verworpen. Ze gebruiken stelselmatig foutieve redeneringen om hun compromitterende herinterpretatie te ondersteunen. Hieronder volgen de drie meest voorkomende fouten.

Zich beroepen op het ‘doel’ van de tekst

Aanhangers van een oude aarde beroepen zich vaak op het ‘doel’ van het scheppingsverhaal, en stellen dat dit in de eerste plaats theologisch is, en niet geschiedkundig. Bijvoorbeeld, Bruce Waltke argumenteert, Charles Hummel citerend, dat Genesis 1-2 niet een puur beschrijvend verslag is dat de ‘wat?’, ‘hoe?’ en ‘wat is?’ vragen beantwoordt. In de plaats daarvan is het volgens hem voorschrijvend, in de zin dat het de ‘wie?’, ‘waarom?’ en ‘wat zou moeten zijn?’ vragen beantwoordt.1 Van dit perspectief beschrijven de verhalen in Genesis over de schepping en de zondeval algemene theologische zaken, en niet echte historische gebeurtenissen. Op dezelfde wijze stelt Bernard Ramm dat de bijbel “ons nadrukkelijk vertelt dat God geschapen heeft, maar zwijgt het over hoe God geschapen heeft … . De bijbel informeert ons dat de sterren, de bloemen, de dieren, de bomen en de mens scheppingen van God zijn, maar dat hoe God ze geschapen heeft nergens duidelijk gestelt wordt. [nadruk in het origineel]”2

Echter, zo een kijk strookt simpelweg niet met wat de bijbel werkelijk beschrijft. Zoals Walter Kaiser antwoort: “[dit is] een duidelijke verwaarlozing van de tien keer herhaalde zin ‘en God zei’ … ”.3 Inderdaad, God zijn creatieve activiteit is precies beschreven gebruik makende van werkwoorden zoals ‘schiep’, ‘maakte’, ‘zei’, ‘riep’, ‘plaatste’, ‘formeerde’, ‘veroorzaakte’, ‘nam’, ‘plantte’, en ‘zegende’. Verder worden deze activiteiten van begin tot einde beschreven, verspreid over een periode van zes dagen. Met andere woorden: Genesis beschrijft exact hoe God heeft geschapen, de volgorde waarop hij schiep, en de timing van zijn creatieve handelingen—en dit werd ook zo gezien door de schrijvers van het Nieuwe Testament.4 Als, langs de andere kant, de auteur zijn bedoeling enkel was te communiceren dat ‘God de schepper van alles is’, dan zou de eerste vers ruim voldoende geweest zijn.

Op gelijkaardige manier claimt Bill Arnolds: “De belangrijke les die we uit Genesis 1 kunnen trekken is dat [God] het effectief geschapen heeft, en dat hij het ordelijk en goed gemaakt heeft in elk opzicht.” Hij voegt toe: “Als het belangrijk zou zijn om te weten hoe lang God erover heeft gedaan om de wereld te schapen, zou de bijbel het wel duidelijk gemaakt hebben”5 Nochtans zegt het scheppingsverhaal expliciet dat God er zes dagen over deed. De eerste dag werd gevolgd door een tweede, dan derde, vierde, vijfde en zesde dag, op dewelke de schepping voltooid was (Genesis 2:1–2). Exodus 20:11 bevestigt dat God “in zes dagen” geschapen heeft. Hoe kan dit duidelijk gezegd worden?6

Natuurlijk, zonder twijfel maakt Genesis een fundamentele theologische contributie, maar om te zeggen dat Genesis vooraleerst theologisch en niet geschiedkundig is, creëert een valse dichotomie; geschiedenis en theologie sluiten elkaar niet uit. “Het feit is dat de bijbel zijn boodschap brengt als theologie binnen een geschiedkundig kader.”7 Bvb. de wederopstanding van Jezus is een fundamentele theologische doctrine, maar zou waardeloos zijn tenzij het een echte gebeurtenis in de geschiedenis was (1 Korinthiërs 15).

De schrijver van de bijbel zijn bedoeling is in ieder geval zeker wel uitgedrukt in de tekst zelf. Hoe kan een lezer anders de schrijver zijn bedoeling kennen, als hij niet kijkt naar wat de schrijver werkelijk schrijft in de tekst? Anders zou de betekenis van de tekst eerst ontdekt moeten worden, vooraleer men kan hopen de schrijver zijn bedoeling te achterhalen. Ideeën over de bedoeling van een tekst die niet afgeleid zijn uit de tekst zelf, kunnen enkel uit de uitlegger zijn verbeelding komen. Daarom is het toeschrijven van bedoeling die niet direct afgeleid is van de tekst zelf, het onderwerpen van het Woord aan de verbeelding van de interpreteerder.

De eis van conformiteit met huidige wetenschappelijke standpunten

Aanhangers van een oude aarde eisen ook dat elke interpretatie consistent moet zijn met de op dit moment aanvaarde ‘wetenschappelijke’ standpunten.

Echter, aanhangers van een oude aarde zijn zelf selectief en inconsistent in hun eis voor wetenschappelijke conformiteit. Waar ze snel zijn om bijbelgetrouwe (jonge-aarde) creationisten op de vingers te tikken bij het pleiten voor interpretaties van de scheppings- en zondvloedverhalen in Genesis die ogenschijnlijk tegen de huidige wetenschappelijke standpunten ingaan, hebben de meesten geen probleem met het aanvaarden van letterlijke interpretaties van de onbevlekte ontvangenis, Christus’ mirakels en de wederopstanding—dewelke allemaal ingaan tegen de huidige wetenschappelijke standpunten! Neem Christus’ mirakel waarbij hij water in wijn veranderde (Johannes 2:1–11) als een voorbeeld van inconsistentie. Weinig aanhangers van een oude aarde zullen beweren dat evangelische christenen met een hoge achting van de bijbel zouden in twijfel trekken of Christus letterlijk en op mirakuleuze wijze water in wijn veranderd heeft. Toch is dit onmogelijk volgens de wetenschap! Water ontbreekt simpelweg de koolstofatomen die in wijn zitten. Zelfs al zouden we die voorzien in de vorm van suiker en gist, dan zou het proces van gisting tijd in beslag nemen (meerdere weken), en toch geeft de tekst aan dat dit alles ogenblikkelijk gebeurde. Waarom herinterpreteren deze mensen dan dit en andere verhalen niet? Waarom zouden we sommige bovennatuurlijke handelingen van God aanvaarden en andere niet?

Historisch revisionisme

Het is moeilijk slechtere voorbeelden te vinden van het herschrijven van geschiedenis, dan die gedaan door vele oude-aarde aanhangers met betrekking tot het perspectief van de Kerk op het scheppingsverhaal doorheen de geschiedenis.8 Deze foutieve perspectieven zijn elders in detail weerlegd.9 De eenvoudige jonge-aarde interpretatie van het scheppingsverhaal is doorheen de geschiedenis de traditionele, mainstream interpretatie van de Kerk geweest, tot het ‘verlicht’ denken de overhand kreeg in de 18e eeuw.10 Zoals David Hall betreurt:

“De geschiedenis is hier heel duidelijk over; toch is het overtuigen van theologen om afstand te doen van een mening die in conflict is met de geschiedenis even gemakkelijk als het trekken van kiezen. Men moet deze hardnekkige weerstand in vraag stellen, zeker wanneer ze geconfronteerd wordt met zoveel feitelijke informatie. Waarom, vroeg ik, zouden goede en godsvruchtige theologen met zoveel energie vechten tegen de geschiedenis wanneer de zaak overduidelijk is?”11

Manuscript via wikipedia.org

10395Barbarossa
Frederick 1, Keizer van het Heilig Romeinse Rijk, als kruisvaarder, een sfeer vasthoudend die de aarde voorstelt, met een kruis erop, dat Christus zijn heerschappij symboliseert. Miniatuur uit een maniscript van 1188, Vaticaanse bibliotheek.

Andere voorbeelden van historisch revisionisme door oude-aarde aanhangers omvat de Kerk zijn vermeende behandeling van Columbus en Galileo. Oude aarde aanhangers beweren dat deze ‘wetenschappers’ juist waren, maar dat de dogmatische Kerk fout was, en dat we moeten oppassen dat we vandaag niet dezelfde fouten maken.

Zulke conclusies zijn gebaseerd op het algemene geloof dat voor hij zijn historische reis maakte in 1492, Christoffel Columbus voor een publiek van dogmatische theologen en onwetende leden van de inquisitie was verschenen, dewelke allemaal geloofden dat de bijbel leert dat de aarde plat is. Columbus vertrok dan om hun ongelijk te bewijzen en zeilde rond de aarde. Het is waar dat er een vergadering was in Salamanca in 1491, maar deze algemeen aanvaarde uitleg van wat er gebeurd is, bevat geen greintje waarheid. Geschiedkundige Jeffrey Burton Russell heeft Washington Irving (1783-1859), de bekende Amerikaanse schrijver van historische fictie, geïdentificeerd als een van de bewerkers van deze legende.12 Irving schreef een fictief verslag van een niet-bestaande universiteitsraad en liet zijn verbeelding hierbij de vrije loop.13 Het hele verhaal is “misleidend en ondeugende onzin”.14 [Inclusief het idee dat Columbus de wereld rond gevaren is—dit deed hij niet.--Ed.] Russell heeft aangetoond dat naast een paar uitzonderingen, vanaf de 3e eeuw V.C., alle geschoolde mensen geloofden dat de aarde een bol is. Het is dus geen toeval dat middelleeuwse koningen werden afgebeeld met een bol die de aarde voorstelt, als symbool van hun macht (zie afbeelding, links).

Eveneens is er een wijdverspreid geloof dat Galileo’s waarnemingen en argumenten Copernicus zijn theorie (dat de aarde rond de zon draait) ontegensprekelijk ondersteunden, maar dat de koppige, dogmatische, onwetende theologen in de Katholieke Kerk Galileo het zwijgen wouden opleggen om te voorkomen dat zou aangetoond worden dat hun interpretatie van de bijbel fout was. Dit was uit angst dat het de Kerk zijn status als autoriteit in het interpreteren van de bijbel zou teniet doen. Maar, zoals Thomas Schirrmacher heeft aangetoond: “De afschildering van het proces tegen Galileo als een heroïsche wetenschapper die zich verzet tegen de bekrompen dogmatiek van de Christelijke kerk is volledig gebaseerd op mythe, niet op geschiedkundig onderzoek.”15,16 

De onenigheden tussen wetenschappers en theologen in die tijd weerspiegelden niet een conflict tussen het Christendom en wetenschap, maar een conflict tussen Aristoteliaanse filosofie en wetenschap.17 Galileo was als wetenschapper overtuigd van de waarheid en nauwkeurigheid van de bijbel. Hij was hoog aangezien in de kerk en zijn eerste verdediging van het Copernicaans systeem, Letters on Sunspots (1613), werd positief ontvangen en er werd geen kritiek geuit. Kardinaal Barberini, die later Paus Urbanus VIII zou worden en Galileo in 1633 zou veroordelen, was bij degenen die Galileo feliciteerden over zijn publicatie.18 Galileo’s grootste vijanden waren niet in de Kerk, maar waren eerder zijn collega’s en medewetenschappers, van dewelke de meesten het Copernicaans systeem verwierpen,19 en die bang waren hun positie en invloed kwijt te raken.20 De Santillana schrijft: “Het is reeds lang bekend dat een groot deel van de intellectuelen in de Kerk aan Galileo’s kant stonden, terwijl de duidelijkste weerstand tegen hem kwam van seculiere ideeën.”21 

De ironie in dit verhaal is dat het de aanhangers van een oude aarde zijn die een les moeten trekken uit deze Galileo affaire.22 Galileo kwam tot de correcte conclusie terwijl hij volledig in de juistheid van de bijbel geloofde, terwijl zijn collega-wetenschappers tot de verkeerde conclusie kwamen op basis van de wetenschappelijke consensus (Aristotelianisme)! De Kerk wordt afgeschilderd als vijand van de wetenschap, terwijl in werkelijkheid Galileo’s wetenschappelijke collega’s de grootste vijanden waren van echte wetenschap.

Conclusie

Laat hen die een eenvoudige interpretatie van het scheppingsverhaal verwerpen niet weggeraken met dit soort misleidende argumenten. Als je mensen deze argumenten hoort aanhalen, daag hen dan uit hun positie te verantwoorden, en wijs hun—liefdevol—op hun fouten tegen de feiten en de logica.

Referenties en notities

  1. Waltke, B.K., The first seven days, Christianity Today 32:45, 1988. Terug naar de tekst.
  2. Ramm, B., The Christian View of Science of Scripture, Paternoster, London, 1955, p. 70. Terug naar de tekst.
  3. Kaiser, W.C., Legitimate hermeneutics; in: Geisler, N.L. (ed.), Inerrancy, Zondervan, Grand Rapids, Michigan, 1980, p. 147. Terug naar de tekst.
  4. Cosner, L., The use of Genesis in the New Testament, Creation 33(2):16–19, 2011, creation.com/nt; Sarfati, J., Genesis: Bible authors believed it to be history, Creation 28(2):21–23, 2006, creation.com/gen-hist. Terug naar de tekst.
  5. Arnold, B.T., Encountering the Book of Genesis, Baker, Grand Rapids, Michigan, 1998, p. 23. Terug naar de tekst.
  6. Genesis is geschreven als geschiedenis, niet als poëzie. Zie de interviews met OT scholar Dr Robert McCabe, Creation 32(3):16–19, 2010; en Hebrew scholar Dr Ting Wang, Creation 27(4):48–51, 2005, creation.com/wang. Terug naar de tekst.
  7. Goldsworthy, G., Preaching the Whole Bible as Christian Scripture, IVP, Leicester, 2000, p. 24. Terug naar de tekst.
  8. Zie in het bijzonder Hugh Ross (Creation and Time, NavPress, Colorado Springs, 1994, pp. 16–24; (met Gleason Archer) The Day-Age Response; in: D. G. Hagopian, D.G., (editor), The Genesis Debate, Crux Press, Mission Viejo, California, 2001, pp. 68–70), Don Stoner (A New Look at an Old Earth, Harvest House, Eugene, Oregon, 1997, pp. 117–119), en Roger Forster and Paul Marston (Reason, Science and Faith, Monarch, Crowborough, East Sussex, 1999, pp. 188–240). Terug naar de tekst.
  9. Kulikovsky, A.S., Creation and Genesis: a historical survey, Creation Research Society Quarterly 43(4):206–219, 2007. Terug naar de tekst.
  10. Zie de lijst van berekende scheppings data in Batten, D., Old-earth or young-earth belief; which belief is the recent aberration? Creation 24(1):24–27, 2001, creation.com/old-young. Terug naar de tekst.
  11. Hall, D.W., The evolution of mythology: classic creation survives as the fittest among its critics and revisers; in: Pipa, J.A. and Hall, D.W. (eds.), Did God Create in Six Days? Southern Presbyterian Press, Taylors, SC, 1999, p. 276. Terug naar de tekst.
  12. De andere bewerker was Antoine-Jean Letronne (1787–1848), een anti-religieuze academicus, die On the Cosmological Ideas of the Church Fathers (1834) publiceerde. Zie Jeffrey Burton Russell, Inventing the Flat Earth, Praeger, London, 1997, pp. 49–51, 58–59. Terug naar de tekst.
  13. Russell, ref. 12, pp. 40–41, 52–54. Terug naar de tekst.
  14. Russell, J.B., The Myth of the Flat Earth, Unpublished paper presented at the American Scientific Affiliation Conference, Westmont College, August 4, 1997; www.veritas-ucsb.org. Hij merkt op dat dit enkele jaren geleden door de Historical Society of Londen werd opgelijst als een van de grootste geschiedkundige mythes. Terug naar de tekst.
  15. Schirrmacher, T., The Galileo Affair: History or Heroic Hagiography? Journal of Creation 14(1):91–100, 2000. Terug naar de tekst.
  16. Sarfati, J., Galileo Quadricentennial; myth vs fact, Creation 31(3):49–51, 2009, creation.com/gal-400. Terug naar de tekst.
  17. Ramm, ref. 2, p. 36. Forster en Marston, (Reason and Faith, 293) zijn akkoord dat het niet juist is om de Galileo zaak af te schilderen als wetenschap vs religie. Terug naar de tekst.
  18. Schirrmacher, ref. 12, p. 92. Terug naar de tekst.
  19. De overgrote meerderheid van wetenschappers in die tijd verwierp het Copernicaans systeem. Zie Barber, B., Resistance of scientists to scientific discovery, Science 134:596–602, 1961; Custance, A.C., Science and Faith: The Doorway Papers VIII, Grand Rapids, Michigan, 1984, p. 157. Terug naar de tekst.
  20. Schirrmacher, ref. 15; Drake, S. (editor and translator), Discoveries and Opinions of Galileo, Doubleday, New York, 1957. Terug naar de tekst.
  21. de Santillana, G., The Crime of Galileo, University of Chicago Press, Chicago, 1955, p. xii. Terug naar de tekst.
  22. Grigg, R., The Galileo ‘twist’, Creation 19(4):30–32, 1997, creation.com/gal-twist. Terug naar de tekst.

Helpful Resources