Het mysterie van de maan

door 
Bart van den Dikkenberg (Reformatorisch Dagblad)

Evolutie-aanhangers claimen dat onze maan is gevormd door natuurlijke processen; een Schepper is volgens hen niet nodig. Deze visie wordt echter niet gesteund door de wetenschappelijke feiten. Al de verklaringen waarmee wetenschappers komen, kampen met enorme problemen.

NASA via Wikimedia13199-protoplanetary-disk
Fig. 1. De nevel- of Kant-Laplacehypothese voor de vorming van het zonnestelsel vormt de basis voor een van de theorieën van de oorsprong van de maan (zie tekst).

Verklaring 1: uit stof

Evolutionisten stellen dat onze zon en de planeten die daar omheen draaien (ons zonnestelsel) ongeveer 4,5 miljard jaar geleden is ontstaan uit een rond draaiende schijfvormige wolk van gas en stof. Dit staat bekend als de zogeheten nevelhypothese – het Latijnse nebula betekent wolk (zie figuur 1). Sommige wetenschappers suggereren dat de maan simpelweg tegelijkertijd met de aarde is ontstaan, en noodzakelijkerwijs ook dicht bij de aarde om tenslotte in een baan om de aarde te raken. Deze verklaring staat bekend als de condensatietheorie. Net zoals een waterdruppel condenseert uit afkoelende stoom, zo zou de maan zijn gecondenseerd uit stof terwijl de zwaartekracht fijne stofdeeltjes samenklonterende tot een grote bol. Als deze verklaring correct zou zijn, zouden we verwachten dat de maan zou lijken op een mini aarde, opgebouwd uit vergelijkbare materialen. De maan heeft echter een duidelijk kleinere dichtheid dan de aarde, en daarom moet hij ook zijn gemaakt van andere materialen. Wetenschappers menen dat de voornaamste verschillen tussen de aarde en de maan liggen in het ijzergehalte van de kern (zie figuur 2).

NASA/MSFC/Renee Weber
13199-lunar-core
Srimadhav, from USGS via Wikimedia


13199-earth-cutaway
Fig. 2. Links: De meest waarschijnlijke opbouw van de maan. Rechts: Een gedeeltelijke dwarsdoorsnede van de aarde toont de kern, mantel en korst. De kern bestaat grotendeels uit ijzer. Als de maan zou zijn gevormd via de ‘condensatietheorie’, zouden we een veel grotere ijzerkern verwachten dan de maan in werkelijkheid heeft.

Verklaring 2: als bijproduct

derived from burro.astr.cwru.edu/Academics/ Astr221/SolarSys/lunaform.html13199-moon-fission-theory
Fig. 3. Vorming van de maan volgens de ‘fissio- of splitsingstheorie’. Als deze correct zou zijn, zouden we verwachten dat de maan zich momenteel zou bevinden in een baan over de aardse evenaar. Maar dat is niet het geval.

Een andere suggestie is dat een van oorsprong gesmolten aarde zo hard om zijn as draaide dat een gedeelte daarvan uitstulpte. Uit die uitstulping ontstond de maan (figuur 3). Deze verklaring staat bekend als de fissio- of splitsingstheorie - het Latijnse fysio betekent splijting of splitsing. Deze gedachte werd geopperd door George Darwin, de zoon van Charles.

Uit berekeningen blijkt echter dat de rotatiesnelheid van de aarde nooit groot genoeg is geweest om dit te laten gebeuren (zie kader impulsmoment).

Een ander probleem is het opvallende verschil tussen de rotsgesteente die gevonden zijn op de maan en die op de aarde. Als de maan ooit een deel was van de aarde, zouden we verwachten dat de maan en de aarde zouden bestaan uit vergelijkbare gesteente, met dezelfde elementen in dezelfde hoeveelheden. Maar dit is niet het geval. Bijvoorbeeld kalium en natrium zijn veelvoorkomend in gesteente op aarde, op de maan echter niet. Omgekeerd bevatten maangesteenten duidelijk meer aluminium, calcium en thorium. Dit is overigens ook een groot probleem voor de condensatietheorie.

Een derde goede reden om de splitsingtheorie te verwerpen, volgt uit de omloopbaan van de maan. Als deze theorie correct zou zijn, zouden we verwachten dat de baan van de maan precies over de aardse evenaar zou lopen. Maar dit is niet het geval.

Theresa Knott Gnu FDL via Wikimedia13199-halleys-komeet
Fig. 4. De baan van de komeet van Halley rond de zon is sterk elliptisch. Als de ‘invangtheorie’ van de maan correct zou zijn, dan zouden we verwachten dat de maan een vergelijkbare elliptische baan om de aarde zou volgen.

Verklaring 3: uit de ruimte

er zijn er die hebben beweerd dat de maan elders in de Melkweg is gevormd, en op zijn vlucht de aarde precies dicht genoeg naderde om gevangen te worden door de aardse zwaartekracht. Als dit het geval is dan zouden we verwachten dat de maan geen ronde, maar een uitgerekte elektrische baan om de aarde zou volgen, vergelijkbaar met die van de komeet van Halley rond de zon (zie figuur 4). De baan van de maan is in werkelijkheid vrijwel rond. Dus ook de zogeheten invangtheorie biedt geen verklaring.

Verklaring 4: grote inslag

deze visie, doorgaans de meest populaire onder evolutie-aanhangers, houdt in dat een hypothetische planeet, Theia geheten, botste met de aarde. Uit het gruis en stof vormde zich vervolgens de maan (zie figuur 5). Deze inslagtheorie zou een verklaring moeten bieden voor de verschillen tussen aards gesteente en aangezien de. Deze botsing zou tevens hoge temperaturen hebben veroorzaakt, waardoor elementen zoals kalium en natrium verdampt en vervluchtigd zouden zijn. Uit de meer hittebestendige materialen zoals aluminium, calcium en thorium zou zich door condensatie de maankorst hebben gevormd.

NASA/JPL-Caltech via Wikimedia13199-moon-impact-theory
Fig. 5. Volgens de inslagtheorie zou de maan zijn gevormd na een botsing tussen een hypothetische planeet met de naam Theia en de aarde. Als deze visie correct zou zijn, zouden we niet verwachten dat de isotoopverhoudingen in de maan en de aarde min of meer overeen zouden komen.

Hier zijn het echter de overeenkomsten tussen het aardse gesteente en het maangesteente waar deze theorie geen verklaring voor heeft. Volgens deze inslagtheorie zou een gedeelte van de maan zijn gevormd uit aardse gesteenten en een gedeelte uit die van de inslaande planeet. De chemie van het maangesteente zou dan moeten verschillen van het aardse gesteente. Het is zo dat sommige aardse elementen op de maan nauwelijks aanwezig zijn; maar de elementen die gedeeld zijn, moeten dan wel vergelijkbare eigenschappen hebben.

Elementen kunnen voorkomen in verschillende vormen, die bekend staan als isotopen. Verschillende gesteenten bevatten isotopen in verschillende hoeveelheden, en geven een gesteente een kenmerkend isotoopsignatuur. Opmerkelijk genoeg zijn de isotoopverhoudingen van zuurstof, ijzer, waterstof, silicium, magnesium, titanium, kalium, wolfraam en chroom vrijwel identiek in de gesteenten van de maan en die van de aarde. Tegelijkertijd zijn ze echter verschillend van andere hemellichamen uit het zonnestelsel. Dit is een probleem voor de inslag te hij. Zozeer volgens sommige onderzoekers dat de theorie in een crisis is beland. Deze bijna identieke isotoop verhoudingen zijn ook een probleem voor de invangtheorie.

Een ander hoofdpijndossier voor de inslagtheorie is het groeiende bewijs van flinke hoeveelheden water in het binnenste van de maan. Het is namelijk logisch dat door de hitte van de inslag al dat water zou zijn verdampt.

Gezien al deze moeilijkheden voor evolutie-aanhangers is het geen verrassing dat een recent wetenschappelijk artikel, geschreven door planeetwetenschapper Oded Aharonson in Nature Geoscience, begon met de erkentenis: “De ontstaansgeschiedenis van de maan blijft raadselachtig.”

Verklaring 5: de echte

natuurlijk is de maan geen raadsel voor hen die geloven in de Bijbel. Volgens het Bijbelboek Genesis is dit hemellichaam speciaal geschapen door God op de vierde dag van de scheppingsweek: „God dan maakte die twee grote lichten; het grote licht tot heerschappij des daags, en het kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren. En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde, en om te heersen in den dag en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag dat het goed was. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de vierde dag.”

Impulsmoment

Alle bewegende objecten hebben een zogeheten moment: het vereist enige inspanning om ze tot stilstand te brengen. Hoe sneller ze bewegen of hoe massiever dat ze zijn, des te groter is hun moment. Objecten die bewegen in een rechte lijn hebben een lineair moment; rond draaiende objecten, of voorwerpen in een bepaalde baan hebben een impulsmoment.

Het is mogelijk om het totale impulsmoment van de aarde te berekenen samen met hem maan, en elke theorie van maanvorming moet hier rekening mee houden. Op dit punt schiet de condensatie te hij tekort omdat het aarde-maansysteem in vergelijking met andere planeten in ons zonnestelsel een te groot impulsmoment heeft. De splitsingtheorie faalt eveneens omdat het aarde-maansysteem een te klein impulsmoment heeft: om materiaal van de vloeibare aarde te slingeren, waaruit vervolgens de maan zou zijn ontstaan, moet de aarde erg snel om zijn as hebben gedraaid.

De inslagtheorie werkt ook niet omdat in alle scenario’s van een inslag die zouden hebben geleid tot het ontstaan van een maan –die dan zou moeten bestaan uit hetzelfde materiaal als de aarde en een rotsgesteente met dezelfde isotopen– resulteren in een veel te groot impulsmoment.

  1. Rufu, R., Aharronson, O. and Perets, H.G., A multiple-impact origin for the Moon, Nature Geoscience 10: 89–94,2017 | doi:10.1038/NGEO2866.

Referenties

  1. Wlasuk, P.T., Observing the Moon, Springer-Verlag, London, p. 32, 2000. Terug naar de tekst.
  2. Elkins-Tanton, L.T., Occam’s origin of the Moon, Nature Geoscience 6:996–998, 2013 | doi:10.1038/ngeo2026. Terug naar de tekst.
  3. Oard M.J., Confusion over moon origins: Naturalistic origin of the moon comes under hard times, Journal of Creation 30(1):14–15 April 2016; creation.com/moon-confusion. Terug naar de tekst.
  4. Moon has a water-rich interior, sciencedaily.com, July 2017. Terug naar de tekst.
  5. Rufu, R., Aharronson, O. and Perets, H.G., A multiple-impact origin for the Moon, Nature Geoscience 10:89–94, 2017 | doi:10.1038/NGEO2866 Terug naar de tekst.