Also Available in:

Hutton’s à priori toewijding aan materialisme

Vertaald door George Van Apeldoorn

Voordat hij het bewijs had onderzocht, verklaarde de deïst James Hutton (1726-1797), ‘de Grondlegger van de Moderne Geologie’, in 1785:

‘de afgelopen geschiedenis van onze wereld moet worden uitgelegd door datgene wat we nu kunnen zien gebeuren…Geen krachten mogen gebruikt worden die niet van nature in de wereld voorkomen, geen activiteit mag worden toegelaten behalve die waarvan we de beginselen kennen’ (Benadrukking toegevoegd)

Deze filosofie werd uiteengezet en gepopularizeerd door de invloedrijke advokaat-geoloog Charles Lyell in zijn boek De Beginselen van Geologie (3 volumes , 1830-33), die Darwin in grote mate heeft beïnvloed. De geschiedkundige en wetenschap’s filosoof, William Whewell, vond de term uniformitarianisme uit voor deze filosofie in een (anonieme) recensie van Lyell’s tweede volume (Quarterly Review XLVII( 93):126, Maart 1832). Uniformitarianisme is geen weerlegging van de Bijbelse lering over de Schepping en de Zondvloed, maar een dogmatische weigering om ze zelfs maar als mogeliijke uitleggingen voor de rotsen en fossielen die we zien te overwegen.

Referentie

  • Hutton, J., ‘Theory of the Earth’, a paper (with the same title of his 1795 book) communicated to the Royal Society of Edinburgh, and published in Transactions of the Royal Society of Edinburgh, 1785; cited with approval in Holmes, A., Principles of Physical Geology, 2nd edition, Thomas Nelson and Sons Ltd., Great Britain, pp. 43–44, 1965.