Explore
Click here to view CMI's position on climate change.
Also Available in:

Is de big bang echt wetenschappelijk?

door
vertaald door George Van Apeldoorn

Gepubliceerd: Creation 41(1):48–50, januari 2019.
Big-Bang-scientific

Volgens de meeste tekstboeken die een evolutionair geloof aanhangen, kwam het universum ongeveer 14,5 miljard jaar geleden tot stand. Er wordt verondersteld dat het als een eenheid begon, een ongelooflijk hete ‘punt’ waarin alle materie en energie waren samengepropt, die nu de miljarden sterrenstelsels voorstellen zoals ze door het heelal gevonden worden. Na de big bang, begon deze eenheid uit te zetten en af te koelen hetgeen quarks en electronen in staat stelde om te vormen; deze zijn de bouwstenen van atomen. Terwijl het universum bleef afkoelen, combineerden de quarks om protonen en neutronen te vormen. Deze combineerden weer om ‘lichte elementen’ te vormen, namelijk waterstof (inclusief een beetje ‘zware waterstof’ of deuterium), helium, en lithium. En dit alles beweerde men gebeurd te zijn in de eerste drie minuten van het universum!

Dit waren echter nog steeds kernen, geen atomen. Dat, zo vermeent men, had nog 379.000 jaar van afkoeling nodig, zodat de kernen konden combineren met electronen om atomen te vormen. Er wordt dan gezegd dat dit waterstof gas en helium het materiaal hebben geleverd, waaruit de eerste sterren zich vormden. (Waterstof, helium, en lithium staan bekend als ‘lichte elementen’ omdat ze erg weinig massa hebben. Evolutionaire cosmologen geloven dat de zwaardere elementen (die zij ‘metalen’ noemen) binnen in sterren gevormd werden.)

Bijbelse creationisten zouden de big bang theorie uiteraard moeten verwerpen, omdat de volgorde van gebeurtenissen de Bijbel tegenspreekt. Waar in de big bang theorie de sterren de aarde voorafgaan, is de aarde volgens Genesis gemaakt vóór de sterren.

Er worden drie belangrijke bewijsstukken aangeboden ter ondersteuning van de big bang: achtergrond warmte, de overvloed aan ‘lichte elementen’ en de uitbreiding van het universum.

Achtergrond warmte

De ruimte schijnt gedompeld te zijn in een laag-niveau achtergrond warmte, waarvan wordt gezegd dat dit het ‘nagloeien’ of ‘kern bewijsstuk’ van de oorspronkelijke ‘explosie’ is. Dit staat bekend als ‘cosmische achtergrond microgolf straling’ (CMBR).1 Het is zeer nauwkeurig en in groot detail gemeten, en men zegt dat het een temperatuur heeft die overeenkomstig is met de verwachting van de big bang.

Scheppings wetenschappers wijzen er echter op dat deze achtergrond warmte in feite een groot probleem is voor de big bang theorie. Dat komt omdat de temperatuur hoegenaamd hetzelfde is over de gehele cosmos en dit zou niet te verwachten zijn van een big bang. Een conventionele ‘ontploffing’ zou een oneven hitte patroon achterlaten, en niet het buitengewone gelijkmatige patroon dat in werkelijkheid wordt geobserveerd.

Evolutionisten zijn uiteraard goed op de hoogte van deze moeilijkheid, het ‘horizon’ probleem genoemd. Er wordt verondersteld dat vlak na de aanvankelijke ‘bang’, en slechts voor een ogenblik, de cosmos op een veel hogere snelheid uitbreidde—in feite zelfs sneller dan de snelheid van het licht—en dit stelde de achtergrond warmte in staat om glad gestreken te worden. Deze uiterst snelle uitzetting staat bekend als ‘inflation’.

Echter, volgens Paul Steinhardt, Albert Einstein Professor in Wetenschap aan de Princeton Universiteit, “is inflation erg rekbaar…..[en] kan worden aangepast om elk willekeurig antwoord te geven….. elk resultaat is mogelijk”. Daardoor, zegt hij, “is het niet mogelijk om bewijs ter ondersteuning of ter weerlegging van inflation te vinden”.2 Scheppings wetenschappers stemmen hiermee in en argumenteren dat het in feite niets anders is dan een verhaal waar men beroep op doet om de feiten weg te praten die aangeven dat de big bang theorie foutief is.

Overvloed aan lichte stoffen

Er wordt gezegd dat de big bang nauwkeurig de hoeveelheid lichte stoffen zou hebben voorspeld die we daadwerkelijk in het universum vinden. Waterstof zou worden verwacht het meest voorkomend te zijn, gevolgd door helium, deuterium en lithium—en dat is wat ook wordt waargenomen. Met name, zo wordt gezegd, is de hoeveelheid helium (25%) in overeenstemming met de berekeningen die gebaseerd zijn op de big bang theorie. Historisch gezien echter, is deze claim erg tegenstrijdig geweest. Zoals Professoren Burbridge en Hoyle aangeven,

“We hebben nu het stadium bereikt waar er beweerd wordt dat het bestaan van helium, tesamen met de microgolf achtergrond straling, wordt aangenomen als primair bewijs ten gunste van de ……big bang…. Dit argument is echter alleen maar sterk als er geen andere manier is om de overvloed van helium en microgolf achtergrond straling te verklaren”.3

Zij beweren vervolgens dat dit helium gemaakt werd door de verbranding (fusie) van waterstof in sterren (i.p.v de big bang) en dat het licht uitgestoten door de sterren en opgenomen door stofwolken, de cosmische microgolf achtergrond straling heeft veroorzaakt.

Volgens Professor Burbridge waren noch de waargenomen overvloed aan helium, noch het niveau van de cosmische microgolf achtergeond, feitelijke voorspellingen van de big bang theorie. Wetenschappers hadden reeds de overvloed aan helium gemeten en de theorie werd toen aangepast zodat ze ‘het juiste resultaat’ zou geven. Verwijzend naar de omstandigheid (het getal in de big bang theorie) dat zou moeten resulteren in het ‘voorspellen’ van de hoeveelheid helium in de cosmos schreef hij:

Het is gekozen om de juiste resultaten te krijgen…… Daarom kan de big bang niet worden gebruikt om de microgolf achtergrond straling te verklaren of om de helium waarde van tegen de 0.25 [i.e. 25%] te verklaren….. als je echt in de big bang gelooft kun je omstandigheden kiezen waarin observatie en theorie overeenkomen maar de redenen zijn niet gebaseerd op principiële theorie” (benadrukking in het origineel).4

Evolutionaire cosmologen beweren soms dat de big bang theorie de hoeveelheid lichte elementen kan voorspellen door informatie te gebruiken van satelliet metingen.5 Dit kan echter niet het geval zijn want hun theorie hangt af van het bestaan van ‘donkere materie’, een vorm van materie die niet kan worden geobserveerd,4,6 (Deze ‘donkere materie’, waarvan vele creationisten en sommige cosmologen geloven dat het niet bestaat, is ook nodig om te verklaren hoe sterrenstelsels en sterren door natuurlijke processen werden gevormd.)7

De uitbreidende cosmos

Er wordt gedacht dat de uitbreiding van de ruimte de lichtgolven zou doen strekken, resulterend in roder wordend licht.8 Dit staat bekend als de ‘roodverschuiving’ en wordt geobserveerd wanneer we sterrenstelsels beschouwen. In het algemeen is het bovendien zo dat, hoe verder verwijderd een sterrenstelsel is, hoe groter de roodverschuiving is.9 Dit wordt begrepen aan te duiden dat het universum zich uitbreidt en dat, hoe verder het sterrenstelsel, hoe sneller het zich verwijdert. Dus, zo zegt men dan, zouden we de cosmos kleiner en kleiner kunnen zien worden tot het de begin status van een eenheid bereikt naarmate we de klok terugdraaien.

Waar vele scheppings wetenschappers accepteren dat het universum zich uitbreidt, houdt dit niet in dat het vanuit een eenheid is begonnen. Het zou begonnen kunnen zijn zich uit te breiden vanuit een betrekkelijk grote omvang .

Scheppings wetenschappers stellen dat de claim van de atheïsten dat onze cosmos ontstond uit een willekeurige ‘explosie’ absurd is. Bijvoorbeeld, de graad van uitbreiding had precies juist moeten zijn, omdat zelfs de kleinste afwijking van de vereiste graad catastrofaal geweest zou zijn. Slechts een klein beetje sneller en de deeltjes zouden simpelweg uit elkaar gevlogen zijn om nooit samen te komen om planeten en sterren te vormen. Slechts een klein beetje langzamer en de zwaartekracht zou alles samengetrokken hebben, resulterend in een gewelddadige ‘enorme vermorzeling’, zonder planeten en zonder leven. Volgens Nobel prijs winnaar Professor Steven Weinberg moest het nummer dat de vereiste uitzetting bepaalt (bekend staand als de cosmologische constante) precies zijn tot op 120 plaatsen na de komma.10

Maar wat houdt dit in? Goed, laten we de illustratie van het mengen van beton gebruiken. Hier moet de hoeveelheid water nauwkeurig onder controle zijn, anders verkrijgt de beton niet de vereiste sterkte. Gewoonlijk is er 40 kg water nodig voor elke 100 kg cement. Voor een bepaald bouwprojekt kan er een ruime variatie zijn, waar een fout van 1 kg extra water aanvaardt kan worden en de beton nog steeds de vereiste sterkte heeft. Werken met een marge van 0.1 kg kan nog praktisch zijn. Echter als de toelaatbare fout slechts 0,000001kg zou zijn , dan zou dit duidelijk onpraktisch zijn. 0,000001 heeft de komma zes plaatsen links van de 1:

six-positions@349w

Maar een nummer met 120 plaatsen achter de komma, heeft de komma 120 plaatsen links van de 1:

120-positions@341w

Hoe realistisch is het te geloven dat een ‘explosie’ toevallig plaats vond die een zodanig kritiek uitzettings coëfficient had?

RIP-Big-Bang@287w

De uitbreidings snelheid is echter slechts één van de factoren die ‘nauwkeurig afgesteld’ zouden moeten zijn om de big bang een cosmos zoals de onze te laten produceren waarin leven kan voorkomen. Bijvoorbeeld, tenzij de massa’s van de deeltjes die de atomen vormen, de krachten die de atomen samen houden en de zwaartekracht allemaal de juiste waarden hadden, zou de big bang een levenloos universum geproduceerd hebben.11,12 Scheppings wetenschappers argumenteren dat een proces dat zo hachelijk is, niet bij toeval heeft kunnnen gebeuren.

Conclusie

Christenen behoeven niet geïntimideerd te zijn om de seculiere verhalen van oorsprong te accepteren. De big bang theorie lijkt slechts wetenschappelijk omdat de mensen uitsluitend worden blootgesteld aan het bewijsmateriaal dat de indruk geeft het te ondersteunen. Tegelijkertijd wordt er niets gezegd over de grote wetenschappelijke problemen ermee. De big bang spreekt het scheppings verhaal van Genesis tegen en Bijbel gelovende creationisten zouden het op grond van de authoriteit van God’s woord moeten verwerpen.

Verwijzingen en opmerkingen

  1. Technisch bezien wordt er van CMBR gezegd dat het dateert van 379.000 jaar na de big bang toen er atomen werden gevormd. Voordien zouden de geladen nucleï en electronen, als geladen deeltjes, alle straling hebben verspreid, maar toen ze samenvloeiden om neutrale atomen te vormen, werd de cosmos transparant voor de straling. Terug naar de tekst.
  2. Horgan, J., Fysicus verguist de cosmische theorie die hij hielp te ontwerpen. Scientific American, 1 December 2014; blogs.scientificamerican.com. Terug naar de tekst.
  3. Burbidge, G. and Hoyle, F., De oorsprong van Helium en andere lichte elementen, The Astrophysical Journal 509:L1–L3, 10 December 1998. Terug naar de tekst.
  4. Burbidge, G., The case against primordial nucleosynthesis, in: Hill, V., François, P. and Primas, F., eds, Van Lithium naar Uranium: elementaire sporen van vroege cosmische evolutie, IAU Symposium Proceedings of the International Astronomical Union 228, Paris, May 23–27, 2005; adsabs.harvard.edu. Terug naar de tekst.
  5. D.w.z. dichtheids metingen van gewone materie. Zie: wmap.gsfc.nasa.gov/universe/bb_tests_ele.html. Terug naar de tekst.
  6. Hartnett, J., Dark Matter and the Standard Model of particle physics—a search in the ‘Dark’. 28 September 2014. creation.com/darkmatter-and-standard-model-of-particle-physics. Terug naar de tekst.
  7. Hartnett, J., Is ‘dark matter’ the ‘unknown god’? Creation 37(2):22–24, April 2015. creation.com/dark-matter-unknown-god-carmelian. Terug naar de tekst.
  8. Juister gesteld; omdat een golflengte van licht nu langer is, is het ‘verschoven’ naar de rode kant van het spectrum. Dit veroorzaakt een ster niet noodzakelijkerwijs om er ‘rood uit te zien’. Terug naar de tekst.
  9. Professor Halton Arp, merkte echter op, dat er veel uitzonderingen zijn op de regel, die moeilijk uitlegbaar zijn voor de voorstanders van de big bang. Zie Hartlett, J., Big-bang-defying giant of astronomy passes away, 31 December 2013. creation.com/halton-arp-dies. Terug naar de tekst.
  10. Weinberg, S., Facing up: Science and its cultural adversaries, Harvard University Press, USA, pp. 80-81, 2001. Terug naar de tekst.
  11. Lewis, F.G. and Barnes, L.A., A Fortunate Universe: Life in a finely tuned cosmos, Cambridge University Press, UK, 2016. Terug naar de tekst.
  12. See also Statham, D., A naturalist’s nightmare [review of Ref. 11], J. Creation 32(1):48–52, April 2018. creation.com/a-fortunate-universe-review. Terug naar de tekst.